Hunebedden in verhouding

Over oriŽntatiepatronen bij hunebedden en vergrote dolmens

De website is gewijzigd. Dit is nog een oude pagina. Klik hier voor de nieuwe pagina.

D13, D21 en D22

Anders dan bij vergrote dolmens lijkt bij hunebedden het uitzetten van oriŽntatielijnen in parallelle lijnen te gebeuren. Daarvoor worden de uitsparingen tussen de draagstenen gebruikt en die ontbreken bij de dolmens. In die zin is het mogelijk om van verschillende oriŽntatieculturen te spreken. Zoals ook op de pagina D22 en vergrote dolmens wordt geconstateerd, schijnt bij D22 een mix van twee culturen aanwezig te zijn. Omdat het een paar met D21 vormt en dit hunebed juist duidelijk van parallelle oriŽntatielijnen is voorzien, leek het lonend om beide tot in detail te bestuderen.

Hunebed D21 heeft een oriŽntatie van 43ļ langs de zijwanden. De draagstenen zijn strak in ťťn lijn gezet, zodat over de oriŽntatie geen twijfel mogelijk is. Tussen de draagstenen lopen vier parallelle oriŽntatielijnen op ongeveer 167ļ. De enige lijn die niet vrij loopt, gaat door de hoek van Z1, maar deze steen is door van Giffen herplaatst. De inhoud van de onderste vloer wordt gedateerd op Brindley horizont 1. Daarmee is het hunebed ouder dan D22, waarvan de vroegste artefacten tot horizont 3 behoren.

Het hunebedje is ontoegankelijk, omdat het in de bodem verscholen ligt. Gelukkig heeft van Giffen een gedetailleerde opgravingsplattegrond nagelaten. Bovendien heeft hij een opgravingsplattegrond met een overzicht van D21 en D22 samen vervaardigd. De oriŽntatie van D22 kon daarom toch goed worden afgeleid. Vervolgens werd deze nog via S1, Z1 en Z1'a in het veld geverifieerd. D22 blijkt zijn oriŽntatie te hebben geleend van D21. Het verhoudingrooster waarmee de ingeschreven rechthoekige driehoek (zie de pagina D22 en vergrote dolmens) is vormgegeven, loopt in beide hunebedden door. In beide hunebedden kunnen de parallelle oriŽntatielijnen met een verhouding 2:3 in het rooster worden opgezet. Het rooster is overigens fijnmaziger dan hier en op de pagina D22 en vergrote dolmens wordt getoond.


Linksboven D21 en rechtsonder D22. [34]

Behalve de oriŽntatielijnen op 167ļ, lopen er in D22 ook lijnen op 193ļ. Beiden spiegelen elkaar paarsgewijs om het zuiden. Deze eigenschap heeft het gemeenschappelijk met D13 te Eext. Hier doet zich het verschijnsel voor, dat beide hunebedden wel hetzelfde oriŽntatiepatroon hanteren, maar qua keldervorm in het geheel niet op elkaar lijken. (Ter zijde: Dit gegeven vormt een behoorlijke belemmering om patronen op te sporen en zet een stevige rem op het tempo waarin dat kan plaatsvinden.) In de figuur hieronder geven de rode stippen punten weer, die beide kelders in de bouwvorm gemeenschappelijk hebben. De oriŽntatielijnen zijn daar deels wel, maar ook niet op gebaseerd. Merk op, dat D13 geen uitsparingen tussen de draagstenen heeft, zoals dat bij de vergrote domens het geval is.


Midden D22 en rechts D13. [34]