Hunebedden in verhouding

Over oriŽntatiepatronen bij hunebedden en vergrote dolmens

De website is gewijzigd. Dit is nog een oude pagina. Klik hier voor de nieuwe pagina.

Ellipsen

Van Giffen voorzag zijn opgravingsplattegronden steeds van hoogtelijnen. Daardoor hebben wij nu hoogtelijnkaarten van de oorspronkelijke heuvel van D30 en D40. Beide heuvels hebben een ellipsvorm. Een ellips heeft ťťn bijzondere eigenschap met rechthoekige driehoeken gemeen: De halve diameter van de lengteas heeft dezelfde lengte als de hypotenuse van de rechthoekige driehoek, die ontstaat bij omcirkelen met koord en twee stokken (blauw in de figuur hiernaast). De heuvels van D30 en D40 kunnen worden afgeleid van rechthoekige driehoeken met de verhouding tussen de rechthoekzijden van resp. 3:4 en 1:2.

De verhouding 1:2 in de heuvel van D40 doet denken aan het verhoudingsrooster, dat bij enkele vergrote dolmens wordt aangetroffen (zie de pagina D22 en vergrote dolmens). Daarbij komt de eigenschap dat de heuvel 117ļ ten opzichte van de noordas gedraaid staat. De lengteas van de ellips valt samen met ťťn van de oriŽntatielijnen richting D39 (zie de pagina Hunebedden met satelieten). Een dergelijke opzet geldt voor de palissadering van Goseck - ťťn van de oudste neolithische ringen in Europa [35]. Ook deze ring is afgeleid van de rechthoekige driehoek met de verhouding 1:2, alleen werd de ring vergeleken met de heuvel van D40 haaks uitgezet.

In de figuren hieronder wordt voor de heuvels steeds ťťn van de hoogtelijnen met een blauwe stippelijn gevolgd. Bij de palissadering is dit het grondpatroon van de binnenste ring. In rood wordt de best passende ellips weergegeven. De zwarte stippellijn stelt een koord voor, waarmee de ellips kan worden omcirkeld. In de twee rechter figuren wordt de noord-zuid richting in groen weergegeven. Het rooster is daarop weer met een verhouding 1:2 uitgezet. Het rooster voor de heuvel van D30 ligt zelf noord-zuid.

Over het algemeen worden de heuvels in het Duitse grondgebied met cirkels weergegeven. In hoeverre zij de cirkel ook werkelijk benaderen, is nog maar de vraag. Dat de heuvel van Sprockhoff 340 als ellips is ingetekend, valt dus op. Ook hier blijkt een rechthoekige driehoek de basis te vormen, waarmee de ellips is opgezet. De verhouding tussen de rechthoekzijden bedraagt 8:15. De lengteas ligt op 133ļ, zodat het rooster gelijk is aan dat van D21 en D22 (zie de pagina D13, D21 en D22).