Hunebedden in verhouding

Over oriŽntatiepatronen bij hunebedden en vergrote dolmens

De website is gewijzigd. Dit is nog een oude pagina. Klik hier voor de nieuwe pagina.

Introductie

Een wandeling in het Valtherbos nabij Emmen - nazomer 2003 - werd het begin van een nieuw interessegebied: de megalietencultuur. Hij voerde langs een drietal hunebedden, die meteen mijn nieuwsgierigheid wekten. Staan hier twee hunebedden met hun lengteas haaks op hun oriŽntatie ten opzichte van een derde? Zou dat bij andere hunebedden ook zo zijn? De vergelijking met het groepje hunebedden te Bronneger leerde van niet. Wel bleek er een duidelijke systematiek in de onderlinge oriŽntatie aanwezig te zijn. Zou die systematiek dan voor meerdere hunebedden gelden? Hebben alle hunebedden een oriŽntatie? Zo leidden antwoorden tot nieuwe vragen ťn tot veel leuke uitstapjes. Megalitische monumenten liggen namelijk in de prachtigste gebieden.

De inhoud van deze website kan het beste worden getypeerd als een exemplarische studie. Wat er wordt aangedragen wijst op het bestaan van oriŽntatiepatronen als cultuuruiting, maar er zijn te weinig monumenten bestudeerd om werkelijk tot een conclusie te komen. Het opsporen van oriŽntatiepatronen kost veel tijd. Daarbij komt, dat er veel aan hunebedden is vernield en gerestaureerd. Dat maakt de bestudering van de patronen niet onmogelijk, maar wel lastig. De pagina's onder het kopje Verkenning beschrijven het kader, waarbinnen uitspraken mogelijk zijn.

Het onderwerp van deze website beslaat twee subgebieden:

  • De pagina's onder het kopje Verhoudingrooster beschrijven hoe de keldervorm van enkele dolmens samenhangt met een proportionele opzet in een rooster. De constructie van een rechthoekige driehoek speelt daarbij een centrale rol. Deze manier van oriŽnteren lijkt alleen bij vergrote dolmens voor te komen. Ook de eerste wiskundige geschriften gebruiken de proportie om rechthoekige driehoeken te vinden. Een excursie langs de oudste bronnen (Meetkunde in de oudheid en 'Zhou bi' kosmologie) plaatst het kelderpatroon in een hechte meetkundige traditie. De ellipsen op de pagina D30, D40 en Goseck borduren daarop voort.
  • Verder blijken een aantal oriŽntaties met Parallelle oriŽntatielijnen te zijn uitgezet. Dit zou wel eens het meest voorkomende oriŽntatiepatroon bij de hunebedden kunnen zijn. De oriŽntatielijnen maken o.a. gebruik van de uitsparingen tussen de draagstenen. Van de megalithische graven komen uitsparingen alleen bij hunebedden voor. Tussen enkele hunebedden is ook de onderlinge oriŽntatie met parallelle oriŽntatielijnen uitgezet.

    Het bestuderen van oriŽntatiepatronen zou vrijwel onmogelijk zijn zonder Markeringen aan de draagstenen. Zij geven belangrijke aanwijzingen waar en hoe de oriŽntatielijnen in een hunebed lopen. Bovendien maken ze het mogelijk om lijnen in een patroon nauwkeurig te meten, wat de zekerheid omtrent de opzet ten goede komt. Hoewel deze website voortdurend van oriŽntatielijnen en oriŽntatiepatronen rept, is het maar de vraag of de oriŽntaties werkelijk als zodanig in gebruik waren. Dat hangt geheel van de functie af. Voor het vaststellen van de belangrijke momenten in een jaar hebben oriŽntaties een praktisch nut. Daarentegen zijn patronen in de context van een religieuze praktijk eerder van symbolische waarde. De onderscheiding van functies valt echter buiten de focus van deze studie. Op deze website gaat het alleen om het herkennen van patronen in de oriŽntatielijnen.

    Dirk Kruithof