Hunebedden in verhouding

Over oriŽntatiepatronen bij hunebedden en vergrote dolmens

De website is gewijzigd. Dit is nog een oude pagina. Klik hier voor de nieuwe pagina.

Markeringen

Op deze website worden vlakken, hoeken en prismavormen, die een oriŽntatie ondersteunen, aangeduid met de verzamelnaam 'markering'. Markeringen vervullen samen met diagonalen en trilithon-poortjes een belangrijke functie om de oriŽntaties in een hunebed te verduidelijken. Zij sluiten aan bij het argument van de herkenbaarheid van de wijze van de oriŽnteren in hunebedden (zie onder Verantwoording). Markeringen nemen een zelfstandige plaats in ten opzichte van de geometrische vormen. Markeringen vallen op. Wie de stenen van hunebedden bekijkt, herkent ze meteen, omdat ze de algemene vorm Ďverstorení. Ondanks de erosie kan de grens tussen een bewerking en de onverstoorde vorm na 5000 jaar nog steeds worden herkend.

Markeringen komen verspreid en in wisselende situaties voor. De initiŽle waarneming betrof de groepjes hunebedden uit de Introductie. Hier ondersteunen markeringen de onderlinge oriŽntatie van de hunebedden. Later bleken dezelfde markeringen bij enkele vergrote dolmens een ander type oriŽntering te vertegenwoordigen. Daar ondersteunen zij de vorm van de kelder. Dit wordt onder Verhoudingrooster uitgewerkt. Bijvoorbeeld wordt een prismavormige markering in hunebed D38 aangetroffen om de oriŽntatie op D40 exact vast te leggen en in het vergrote dolmen van Frauenmark in Mecklenburg (Schuldt 632) om een oriŽntatielijn uit het kelderpatroon te verhelderen. Daarmee strekt de verspreiding van deze markering zich over maar liefst 400 km uit Ė een gebied, dat meerdere cultuurstijlen uit het Neolithicum omvat.

		
Links: De uitgehouwen prisma van het dolmen te Frauenmark.
Rechts: Een prisma aan een losse steen in het Valtherbos. De steen komt waarschijnlijk van een gesloopt hunebed.

Uit deze studie komen drie soorten markeringen naar voren: afvlakkingen, prismaís en dubbelvlakken. Met afvlakkingen worden overigens niet de vlakke kelderkanten van de draagstenen bedoeld. Daarover zijn te weinig gegevens verzameld om er een uitspraak over te doen. Afvlakkingen vallen juist op aan de bolle buitenkanten van de draagstenen.

Afvlakkingen

Vlakke zijkanten en achterkanten van stenen wijzen op de ondersteuning van een oriŽntatielijn. De oriŽntatielijn loopt langs het vlak. Deze markering wordt vooral gebruikt om parallelle oriŽntatielijnen mee aan te duiden. Uiteraard kunnen de vlakken door natuurlijke invloeden zijn ontstaan, maar dan nog blijft het gebruik als markering overeind. Afvlakkingen komen veelvuldig voor. De meest opvallende zijn D8-Z1, D8-Z2, D25-Z1, D25-Z2, D40-Z1 en D40-Z2, die steeds op dezelfde plaats in het hunebed dezelfde functie vervullen. Soms is er sprake van een afgevlakte hoek, die wordt gebruikt om een oriŽntatielijn doorgang te verschaffen. Vaak is deze minder net afgewerkt. Deze laatste kunnen problematisch zijn, omdat ze niet altijd van latere afslag te onderscheiden zijn.

Prismaís

Prismavormige markeringen zijn zeker door de mens aangebracht. Omdat we een aantal prismaís ook onder het maaiveld aantreffen, mag worden aangenomen dat ze onderdeel van het oorspronkelijke hunebed vormen en niet later zijn aangebracht. Prismaís komen op twee manieren voor: als uitstulping en als inkeping. Wanneer een prisma over de hele breedte van een steen is vormgegeven, kan het ook een dubbelvlak betreffen. Waar afvlakkingen de exacte richting van een oriŽntatielijn ondersteunen, bepaalt de prisma het exacte aangrijpingspunt van zoín lijn. Prismaís worden aangetroffen bij: D6-Z2, D38-Z4, D39-Z2, D40-Z2 en het dolmen te Frauenmark.


Klaarblijkelijk bediende de neolithische mens zich van algemeen herkenbare tekens met een specifieke functie. Het is opmerkelijk, dat markeringen in steen werden weergegeven. Dit lijkt bewerkelijker dan het aanbrengen ervan met verfstoffen. Voor zover bekend, is er bij hunbedden nooit naar pigmenten gezocht.