Hunebedden in verhouding

Over oriŽntatiepatronen bij hunebedden en vergrote dolmens

De website is gewijzigd. Dit is nog een oude pagina. Klik hier voor de nieuwe pagina.

Staat van de hunebedden [4]

Geen van de hunebedden bevindt zich meer in de oorspronkelijke toestand. De staat loopt van geheel opgeruimd tot Ďalleen maarí van de heuvel ontdaan. Veel zijn er gerestaureerd, wat zowel een nadeel als een voordeel kan zijn. Sommige stenen zijn bij een restauratie ten onrechte verplaatst, omdat ze op die manier beter in de beeldvorming van de restaurateur pasten. Daarentegen mag bij terechte restauratie worden verwacht, dat de stenen weer min of meer in de juiste stand zijn gezet, terwijl ze zonder restauratie geheel onbruikbaar waren geweest. Bij het herplaatsen of oprichten van een steen moet rekening worden gehouden met een vrij grote oriŽntatiefout. OriŽntatiemetingen aan de vlakke zijden van zoín steen zijn dan onbetrouwbaar. Wel kunnen de stenen nog bruikbaar zijn bij metingen over langere afstand ten opzichte van bijvoorbeeld andere stenen.

Van de meeste restauraties uit de vorige eeuw zijn rapporten gemaakt. Voorzover van toepassing volgt hier een uitreksel per monument. Verder biedt deze pagina een matrix van beoordelingen op bruikbaarheid per draagsteen. De beoordeling is gebaseerd op de eis, dat metingen geen grotere fout dan 1į mogen opleveren. De matrix dient als leidraad voor de beoordeling van patronen. Voor een statistisch onderzoek naar de oriŽntatie van trilithon-poortjes, is een dergelijk gedetailleerd verslag overbodig. Slechte restauraties hebben een spreidende invloed op de oriŽntaties en bemoeilijken het daardoor om uitspraken te doen en niet andersom.

Anloo, D8

In de 19e eeuw is dit hunebed Ďgerestaureerdí, zonder daarvan verslag te doen. Daarbij werd wellicht Z3í vervangen door P1í. Z1í en Z3 zijn verzakt. Z4í is in 1952 gerestaureerd.

Eext, D13

Dit hunebedje trok al vroeg de aandacht en de inhoud is meerdere malen onderzocht. In 1984 heeft Lanting de heuvel onderzocht. De draagstenen van dit hunebed bevinden zich allemaal in de oorspronkelijke toestand en staan nog deels in de heuvel verscholen. In 1976 is deksteen D1 geplaatst.

Bronneger, D21 en D22

Bij de opgraving van D21 en D22 in 1918 werd Z1 van D21 als onderdeel van de keldervloer aangetroffen en weer opgericht. P1 is vanuit de kelder teruggezet als poortsteen. Verder bevonden alle draagstenen zich toen in situ. Z1í in D21 is door een eik ontzet. Mogelijk zijn ook S1 en Z4 vanwege boomgroei een beetje verschoven. In D22 is het Z2', die door een eik is verplaatst. Op S1 en Z1 na, worden alle draagstenen van D22 door de heuvel bedekt. In 1960 is er gerestaureerd, maar vermoedelijk zijn er niet zoveel aanpassingen nodig geweest.

Bronneger, D23, D24 en D25

Op van Giffenís fotoís uit 1918 komt de slechte staat van D23 en D24 sterk tot uitdrukking. In 1960 zijn beide hunebedden gerestaureerd tot de huidige opstelling. Alle aanwezige draagstenen werden herplaatst dan wel opnieuw gericht. Voor D25 geldt echter het omgekeerde. De foto uit 1918 komt aardig overeen met de situatie van dit moment. Alleen de dekstenen D3 en D4 waren indertijd naar Z3 en Z4 afgegleden. In hoeverre dit invloed heeft gehad op deze draagstenen kan niet uit de foto worden opgemaakt. Z2 is onder druk van D2 enigszins naar binnen gezakt.

Emmen, D38, D39 en D40

Hunebed D40 werd in 1921 geheel door van Giffen ontgraven, waarbij de draagstenen van de kelder op hun plaats bleven. Poortsteen P1 kwam uit de kelder tevoorschijn en P2 werd begin 60íer jaren geplombeerd, net als Z1í van D38. Van D39 werd in 1925 alleen de heuvel gedeeltelijk onderzocht. Lanting heeft in de jaren 80 naonderzoek aan de heuvels van D39 en D40 verricht. Hunebed D38 werd nooit onderzocht. Begin 1960 vermeldt van Giffen grootse restauratieplannen voor het drietal. Van D38 en D39 zouden de draagstenen opnieuw worden gericht. Of alles daadwerkelijk werd uitgevoerd, blijft onduidelijk. In de verslaglegging gaat de aandacht voornamelijk uit naar het formeren van een cultuur-reservaat. Een vergelijking van de huidige situatie van D38 met die op Giffenís foto uit 1918 leert, dat er nagenoeg niets is veranderd. In die tijd was van D39 alleen deksteen D2 zichtbaar.

Benstrup (Cloppenburg), Sprockhoff 965, 966 en 967

Twee van de drie hunebedden (965 en 966) bevinden zich in slechte staat. Er schijnt nooit gerestaureerd te zijn. Ook hunebed 967 ligt er gehavend bij. Dit drietal bleek alleen geschikt voor de systematische vergelijking van drietallen hunebedden op ťťn veld (zie de pagina Hunebedden met satelieten).

Mecklenburg, Schuldt 92, 540, 541 en 632

Van de oerdolmens en vergrote dolmens zijn wel verslagen van opgravingen maar niet van restauraties gevonden. Voor de dolmens 540 en 541 worden in deze studie de opgravingsplattegronden gebruikt. De dolmens 540 en 541 te Serrahn zijn gedurende het machtsvacuŁm door de vereniging van Oost- en West-Duitsland van het veld geruimd. Deze dolmens worden desondanks erbij betrokken vanwege de patronen, die ze met andere dolmens gemeenschappelijk hebben. Dolmen 632 te Frauenmark ligt deels in de dekheuvel verzonken, wat het aannemelijk maakt dat de configuratie van de draagstenen oorspronkelijk is. Dolmen 92 werd geheel afgegraven, maar lijkt verder ongeschonden te zijn.

Matrix bruikbaarheid draagstenen