Hunebedden in verhouding

Over oriŰntatiepatronen bij hunebedden en vergrote dolmens

De website is gewijzigd. Dit is nog een oude pagina. Klik hier voor de nieuwe pagina.

Hunebedden met satelieten

Een groot deel van de Nederlandse hunebedden staat in twee- of drietallen bij elkaar. Behalve dat, verschillen deze hunebedden niet van de afzonderlijke - niet in lengte, aantal stenen, oriŰntatie of poort. Wel neigen de duo's naar wat meer lengte dan de trio's. Bij de tweetallen hebben 11 van de 16 hunebedden 6 paar zijstenen of meer, terwijl de trio's 2 tot 5 paar zijstenen bezitten. Verder valt er weinig over te zeggen. Vanwege het grotere aantal stenen is het lastig om bij duo's oriŰntatiepatronen op te sporen en is de kans op een toevallig patroon vrij groot. Zij vallen daarom buiten de focus van deze website. In de tabellen hieronder zijn de oriŰntaties van de twee- en drietallen en het verschil naast elkaar gezet. Bij de tweetallen wordt nog vermeld hoe hun onderlinge oriŰntatie is. Afhankelijk van hoe iemand deze zou meten, kunnen de waarden gemakkelijk 60░ verschillen, vandaar dat er is gekozen voor een beschrijving van de situatie. De onderlinge oriŰntatie van de drietallen vormt daarna het onderwerp van deze pagina. De afkorting GG&CF staat voor Gonzalez-Garcia en Costa-Ferrer (zie de pagina Eerder onderzoek).

Hunebedden van Giffen GG&CF Verschil Onderling
D3 en D4 94░ en 89░ 99░ en 90░ 7░ verlengde
D17 en D18 83░ en 106░ 87░ en 108░ 22░ dwars
D19 en D20 117░ en 96░ 119░ en 96░ 22░ verlengde
D21 en D22 46░ en 74░ 39░ en 67░ 29░ verlengde
D28 en D29 100░ en 73░ 99░ en 71░ 28░ dwars
D36 en D37 103░ en 100░ 105░ en 99░ 5░ verlengde
D50 en D51 88░ en 74░ 88░ en 73░ 15░ dwars
D53 en D54 73░ en 110░ 74░ en 112░ 38░ ???

Hunebedden Verschil Verschil
Satelieten / Centr. van Giffen GG&CF satelieten met centraal
D23, D24 / D25 77░, 68░ / 91░ onbetrouwbaar 9░ 14░ en 23░
D38, D39 / D40 44░, 25░ / 167░ 44░, 25░ / 164░ 19░ 122░ en 141░

Drietallen op ÚÚn veld

In Drente bevinden zich twee drietallen: in het Valtherbos nabij Emmen (D38, D39 en D40) en ÚÚn te Bronneger (D23, D24 en D25). Hun onderlinge oriŰntaties vertonen wel systematiek, maar om daarover een uitspraak te kunnen doen, zijn minimaal drie groepjes nodig (zie de pagina Verantwoording). Gelukkig staan in het Duitse gebied van de TBR-Westgroep nog drie hunebedden op steenworp afstand: te Benstrup nabij Cloppenburg (Sprockhoff 965, 966 en 967). Het gaat hier om twee kleinere hunebedden en ÚÚn langgraf. Het langgraf omsluit twee kleine hunbedjes.

Om een systematische vergelijking van de drietallen mogelijk te maken, is bij ieder hunebed de kelderhoek van de Zĺ-rij met S2 (nummering volgens van Giffen) als meetpunt aangewezen. Bij het langgraf zijn beide kleine hunebedjes apart in de metingen betrokken. Het meest oostelijke blijkt deel uit te maken van de systematiek. In iedere groep kan ÚÚn centraal hunebed worden aangewezen met twee satelieten. Deze satellieten liggen steeds in dezelfde richting met hun azimut op 115░-120░ en 138░-143░.


Gff = nummering volgens van Giffen. Spr = nummering volgens Sprockhoff.

De hunebedden te Emmen en Bronneger zijn onderzocht op een ondersteunende structuur voor de oriŰntaties. Die te Benstrup blijken daarvoor te zeer vervallen. De relatief grote afstand tussen de hunebedden maakt het mogelijk om oriŰntatielijnen op minder dan een graad nauwkeurig te bepalen. Vanaf ieder hunebed zijn koorden over de zichtlijnen gespannen en op de uiteinden vizierpaaltjes geplaatst. Op die manier kan een oriŰntatielijn tussen twee markeringen ook over langere afstand met minder dan 10 cm afwijking worden uitgezet. Een verschuiving van 10 cm geeft over een afstand van 25 meter slechts een afwijking van 0,2░.


D40: Het overnemen van oriŰntatielijnen met koorden.


De afgevlakte kanten van Z1 en Z2 in D25.

De eerste aanwijzing voor een ondersteunende structuur werd gevonden bij de draagstenen Z1 en Z2 van de centrale hunebedden D25 en D40. Zij staan met een vlakke zijkant uitgelijnd langs de oriŰntatielijnen. Dit zou een kenmerk van centrale hunebedden kunnen zijn. Per oriŰntatielijn spelen meerder markeringen en/of (half-)diagonalen een rol bij de fixatie. In de figuur hieronder zijn de markeringen blauw ingetekend. De positie van de satelieten ten opzichte van het centrale hunebed bedragen zowel te Emmen als te Bronneger 117░ en 140░.

Naderhand is gebleken, dat ook D8 de kenmerken van een centraal hunebed vertoont. Ook in dit hunebed staan Z1 en Z2 op ÚÚn van de oriŰntaties (117░) en loopt de andere oriŰntatie (140░) als parallellen tussen de draagstenen door. In de omgeving van D8 hebben nog twee hunebedden gestaan. EÚn ervan ligt op ongeveer 140░ en zou een sateliet geweest kunnen zijn, maar de ander lijkt niet op 117░ te hebben gelegen. Bovendien staan Z1 en Z2 met hun afgevlakte zijden aan de andere kant van het hunebed, zodat de satelieten eerder aan die kant moeten worden gezocht.