Hunebedden in verhouding

Over oriëntatiepatronen bij hunebedden (in Europese contekst)

Chronologie Neolithicum

In de vorige eeuw zijn meedere pogingen gedaan om via een typering van megalitische bouwwerken tot een sluitende Europese verdeling en chronologie te komen. Vanwege de vele overgang-, meng- en neovormen is dit echter een onmogelijke opgave gebleken. Wel is er een algemeen beeld ontstaan van parallelle ontwikkelingen in de verschillende regio’s. Zo gaat aan de megalitische kelders een periode van lage, langgerekte grafheuvels vooraf - in het westen long-barrow en in het oosten kurgan genoemd. De heuvels verschillen nogal van formaat, zodat de aanduiding langgerekt een rekbaar begrip blijkt. Enerzijds ’megalithiseren’ de grafkuilen in deze heuvels, anderzijds krijgen de megalitische kelders een steeds zelfstandiger functie. De graven waren in eerste instantie bestemd voor één individu of een stelletje. Na het verschijnen van de eerste megalitische graven gaat men echter al snel over op bijzettingen. Daarbij kunnen in principe vier basisvormen worden gekozen: in dezelfde kelder, in verschillende compartimenten van een kelder, in meerdere kelders/kamers van dezelfde heuvel en in meerdere kelders met aparte heuvels op hetzelfde veld. In de verschillende regio’s komen de meeste vormen al dan niet gemengd voor. Er kan een typerend onderscheid worden aangebracht tussen de kelders in een aarden heuvel (Langbett) en die in een heuvel van stenen (cairn ). In de cairn werkte men van binnenuit met de kelders aan dezelfde gang. Bij een Langbett liggen de ingangen van de kelders juist aan de rand van de heuvel. Het indelen van een kelder in compartimenten schijnt alleen plaats te hebben gevonden bij kelders die reeds bestonden. Een belangrijk aspect aan de megalitische bouwwerken vormt de ingangspartij. Ook hier geldt, dat alle mogelijke stijlen werden toegepast: In de lange of korte wand, van boven af dan wel over een pad, al dan niet met een poortje of een gang. In Bretagne komt de gang al bij de eerste keldervorm voor (tombe á couloir) [1.1]. In Oost-Duitsland verschijnen er eerst poortjes en beslaat de gang pas de laatste fase in de ontwikkeling (Ganggrab) [1.2].

De Nederlandse hunebedden stappen ergens halverwege de ontwikkelingen in. Iedere kelder heeft zijn eigen heuvel en de hoogte van de primaire heuvel komt overeen met die van een Langbett. Opvallenderwijs zijn de kelders niet in compartimenten verdeeld - behalve D19 te Drouwen, die een kleine afgescheiden ruimte heeft [1.3]. Er is altijd een ingang met een drempel aanwezig, maar niet alle hunebedden hebben een poortje. Mogelijk ontbrak het poortje niet echt, maar werd het met vergankelijke materialen uitgevoerd. De aanwezigheid van een poortje/gang en van compartimenten wordt wel gezien als een teken voor bijzettingen. Bij gebrek aan skeletresten is het moeilijk te zeggen in hoeverre er bijzettingen in hunebedden zijn geweest.

Het bouwen van megalitische monumenten kan niet aan één specifieke aardewerk-cultuur worden gekoppeld. In Noordwest Europa vindt de bouw plaats gedurende een midden-fase van de TRB. Verderop in Europa gaat de bouw van megalieten samen met andere aardewerk-culturen. De periode waarin er werd gebouwd beslaat bij de Noord- en West-groep van de TRB ruim 200 jaar. Daarna bleven de monumenten nog lange tijd in gebruik.

De tijd van de megalietenbouw

Het volgende overzicht geeft per gebied de ontwikkeling van Neolithische culturen weer en plaatst daarin de fase van de megalietenbouw. De kolom Tijdsspanne wordt verderop verantwoord in een overzicht met de meest gebezigde periode-aanduidingen.

GebiedPeriodeGroepenTijdsspanneBouw keldertype
DrenthePre-Drouwen *)Swifterbant????-3350 v.Chr.
(West-groep)Horizont 1Drouwen A,3350-3300 v.Chr.Hunebedden
[1.4]Horizont 2Drouwen C3300-3250 v.Chr.Hunebedden
Horizont 3Drouwen B, D13250-3150 v.Chr.Hunebedden
Horizont 4Drouwen D2, Havelte E13150-3000 v.Chr.
Horizont 5Havelte E23000-2900 v.Chr.
Horizont 6Havelte F2900-2850 v.Chr.
Horizont 7Havelte G2850-2800 v.Chr.
Zuid-ScandinaviëEN-IVolling, Svaleklint, Svenstorp, Siggeneben, Satrup3850-3550 v.Chr.
(Noord-groep)EN-IIVirum, Fuchsberg3550-3250 v.Chr.Dolmens, Ganggraven
[1.5]MN-ITroldebjerg, Klintebakke3250-3000 v.Chr.Dolmens, Ganggraven
MN-II/IV(Diffusie)3000-2900 v.Chr.
MN-VStore Valby2900-2750 v.Chr.
Schleswig-HolsteinFN-IaRosenhof, Dummer4250-4050 v.Chr.
(Noord-groep)FN-IbSiggeneben4050-3750 v.Chr.
[1.6]FN-IcSatrup3700-3300 v.Chr.
FN-IIFuchsberg3500-3300 v.Chr.Dolmens, Ganggräber
MN-I3300-3100 v.Chr.
MN-II3100-3000 v.Chr.
MN-III/V3000-2800 v.Chr.
MecklenburgFN-II **)3550-3300 v.Chr.Urdolmens, Erweiterte dolmens
(Noord-groep)MN-I3300-3100 v.Chr.Grossdolmens, Ganggräber
[1.7]MN-II/III3100-2900 v.Chr.
MN-IV/VKugelamphoren-Kultur2900-2600 v.Chr.
KujawySarnowo4500-4000 v.Chr.
(Oost-groep)Pikutkowo4000-3800 v.Chr.
[1.8]Wiórek, Lubon3800-3350 v.Chr.Dolmens, Ganggräber
Lubon3350-2750 v.Chr.
Normandië en BretagneNéol. AncienLa Hoguette, Limbourg, Blicquy7000-5000 v.Chr.
(Atlantisch)Néol. Moyen IPinacle/Fouaillages, Cerny, Castellic5000-4200 v.Chr.Tombes à couloir
[1.9]Néol. Moyen II4200-3200 v.Chr.Tombes à couloir
Néol.Final3200-2500 v.Chr.Sépultures, Allées couvertes
Chalcolithique2500-???? v.Chr.

*) Het bestaan van een Pre-Drouwen TRB-cultuur staat open voor discussie.
**) Schuldt hanteert de verouderde en problematische aanduiding FN-C. De vondsten dateert hij verder als ’de jongste fase van het FN’, wat hier als FN-II is geïnterpreteerd.

Datering van de ontwikkelingen in het Neolithicum

In de tabel hieronder, wordt een overzicht van de in de literatuur gebezigde periode-aanduidingen weergegeven. Als referentie voor deze website is de tabel niet nodig. Hij is bedoeld als referentie bij het bestuderen van de literatuur (en wordt tevens van daaruit aangevuld). De tabel staat alfabetisch gesorteerd op de naam van een groep, periode of cultuur. Alleen de meest gebezigde namen staan vermeld. Omdat de periode van een cultuuruiting per gebied kan verschillen, wordt extra informatie verschaft in de kolom Gebied/Cultuur. Soms wijken de dateringen bij de diverse auteurs van elkaar af. De kolommen Dat. Van Tot geven de bij een auteur de gevonden datering weer. In de laatste kolom is een literatuurverwijzing opgenomen. (Zie ook de literatuurlijst op de pagina Literatuur.) De volgende manieren van dateren komen voor (de kolom Dat.):

Vanuit de kolom Dat. Van Tot is de periode onder de kolom Tijd v.Chr. berekend. Hierbij is in wezen de ’botte-bijl’-methode gehanteerd. Gecalibreerde en relatieve dateringen zijn zonder bewerking naar de periode v. Chr. gekopieerd. Ongecalibreerd BC werd eerste omgezet in ongecalibreerd BP door er 1950 jaar bij op te tellen. Bij de ongecalibreerde waarde BP werd in de curve van Pearson [1.11] de grenzen voor een gecalibreerde waarde afgelezen. De gemiddelde waarde werd vervolgens als periode v. Chr. genomen. Met name de laatste stap is problematisch vanwege de zogenaamde ’wiggles’.

Afkortingen van aardewerkculturen worden na de tabel verklaard.

Naam Tijd v.Chr. Gebied/Cultuur Dat. Van Tot Referentie
AOO 2700-2450 All-over ornamented culture cBC 2700 2450 Bakker 1992, p.xiii
Bandkeramiek 5325-5000 LBK Ia t/m LBK IId, Hongarije, Midden-Europa tot de Rijn cBC* 5325 5000 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.13
Begleitkeramik 5500-5230 La Hoguette, Jura / Boven-Rijn, Caridial-invloeden BP* 6500 LBK-Ia Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.14-15
Bischheim 4300-4200 Aldenhovener Platte cBC* 4300 4200 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.19
Blicquy 5050-5000 België, verwant aan VSG BP* 6150 6010 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.46-47
Cardial Atlantique 6900-4500 Pyreneeën, Poitou + Garonne, Midi cBC* 6900 4500 Roussot-Larroque & Burnez, p.130
Castellic (neo-fase) 3950-3850 Zuid-Bretagne cBC* 3950 3850 Patton 1992, p.148
Cerny 4800-4200 Noordwest Frankrijk cBC* 4800 4200 Boujot & Cassen 1992, p.205
Cerny 4600-4450 Frankrijk, Bassin Parisien (naar: Constantin 1989) BP* 5710 5510 Chancerel ea. 1992, p.171
Chalcolithique vanaf 2100 Frankrijk (naar: L’Helgouac’h, 1990) cBC* 2100 Boujot & Cassen 1992, p.196
Dummer/Rosenhof 4550-3900 Noordduits binnenland, TRB cBC* 4550 3900 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
EGK 2900-2450 Enkelgrafcultuur cBC 2900 2450 Bakker 1992, p.xiii
EGK fase 1 2800-2750 Laat Neolithicum A cBC* 2800 2750 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.35
EGK fase 2 2750-2650 Laat Neolithicum A cBC* 2750 2650 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.35
EGK fase 3 2650-2550 Laat Neolithicum A cBC* 2650 2550 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.35
EGK fase 4 2550-2400 Laat Neolithicum A cBC* 2550 2400 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.35
Ellerbek/Ertebolle 5500-4300 Noordduits binnenland, Ellerbek cBC* 5500 4300 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
EN:A (Verouderd) Parallel aan Oxie-groep Bakker 1994a, p.29
EN:B (Verouderd) Parallel aan Volling-groep, Svaleklint-groep Bakker 1994a, p.29
EN:C (Verouderd) Parallel aan Virum-groep, Fuchsberg-groep Bakker 1994a, p.29
EN-I 3850-3550 Zd-Scandinavië, vroeg Volling-groep, Svaleklint-groep BC 3100 2800 Bakker 1992, p.89
EN-II 3550-3250 Zd-Scandinavië, laat Volling-, Virum-, Fuchsberg-groep BC 2800 2600 Bakker 1992, p.86
Ertebolle 4700-4000 Jutland/Funen, Ellerbek cBC* 4700 4000 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Ertebolle 4700-3900 Seeland, Ellerbek cBC* 4700 3900 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Ertebolle 4400-3900 Schonen, Ellerbek cBC* 4400 3900 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Ertebolle/Ellerbek 5500-4300 Noordduits binnenland, TRB cBC* 5500 4300 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
FN-Ia 4250-4050 Rosenhof, TRB Noordgroep BC* 3420 3390 Hoika 1994, p.99
FN-Ib 4050-3730 Siggeneben, TRB Noordgroep BC* 3300 2960 Hoika 1994, p.99
FN-Ic 3800-3550 Satrup, TRB Noordgroep, Nachricht: volgens Brindley 1986 cBC* 3800 3550 Bakker 1994a, p.55
FN-Ic 3780-3380 Satrup, TRB Noordgroep BC* 3000 2750 Hoika 1994, p.99
FN-II 3550-3050 Fuchsberg, TRB Noordgroep cBC* 3550 3050 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
FN-II 3630-3350 Fuchsberg, TRB Noordgroep BC* 2850 2600 Hoika 1994, p.99
FN-II 3550-3400 Fuchsberg, TRB Noordgroep, Nachricht: volgens Brindley 1986 cBC* 3550 3400 Bakker 1994a, p.55
FN-A 3720-3360 (Verouderd) TRB Noordgroep cBC* 3720 3360 Bakker 1994a, p.55
FN-B 3790-3600 (Verouderd) TRB Noordgroep cBC* 3720 3360 Bakker 1994a, p.55
FN-C 3730-3360 (Verouderd) TRB Noordgroep cBC* 3720 3360 Bakker 1994a, p.55
Fouillages/Pinacle 4800-4500 Néol. Moyen I, Iles Anglo-Normandes cBC* 4800 4500 Patton 1992, p.147
Fuchsberg 3550-3400 Jutland/Funen, FN-II, TRB, Nachricht: volgens Brindley 1986 cBC* 3550 3400 Bakker 1994a, p.55
Fuchsberg 3550-3050 Jutland/Funen, FN-II, TRB cBC* 3550 3050 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Fuchsberg 3630-3350 Jutland/Funen, FN-II, TRB BC* 2850 2600 Hoika 1994, p.99
Grossgartach 5000-4700 Aldenhovener Platte, vóór Planig-Friedberg cBC* 5000 4700 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.19
Hinkelstein 5060-5010 HST-I en HST-II, Aldenhovener Platte, vóór Grossgartach rBC 5060 5010 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.16
la Hoguette 6000-5300 Jura, Boven-Rijn cBC* 6000 5300 Roussot-Larroque & Burnez 1992, p.132
Horizont 1 3400-3350 Brindley typochronologie, TRB Westgroep cBC* 3400 3350 Brindley & Lanting 1994, p.138
Horizont 2 3350-3300 Brindley typochronologie, TRB Westgroep cBC* 3350 3300 Brindley & Lanting 1994, p.138
Horizont 3 3300-3200 Brindley typochronologie, TRB Westgroep cBC* 3300 3200 Brindley & Lanting 1994, p.138
Horizont 4 3200-3050 Brindley typochronologie, TRB Westgroep cBC* 3200 3050 Brindley & Lanting 1994, p.138
Horizont 5 3050-2950 Brindley typochronologie, TRB Westgroep cBC* 3050 2950 Brindley & Lanting 1994, p.138
Horizont 6 2950-2900 Brindley typochronologie, TRB Westgroep cBC* 2950 2900 Brindley & Lanting 1994, p.138
Horizont 7 2900-2850 Brindley typochronologie, TRB Westgroep cBC* 2900 2850 Brindley & Lanting 1994, p.138
Horizont 1-7 50 jr later Brindley typochronologie, Bijstelling van de datering Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.32,68
KAK 3180-2850 Kugelamphoren Kultur, Noord-groep (vgl. MN-IV/V) cBC 3180 2850 Bakker 1992, p.xiii
KB, Klokbeker 2550-2050 Klokbekercultuur cBC 2550 2050 Bakker 1992, p.xiii
La Hoguette 5500-5230 Jura, Boven-Rijn, Begleit-keramiek met Cardial-invloeden BP* 6500 LBK-Ia Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.14-15
Langeland B 4150-3800 Langeland, TRB cBC* 4150 3800 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Langeland C 3650-3050 Langeland, TRB cBC* 3650 3050 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
LBK 5325-5000 Bandkeramiek, Zuid-Limburgse löss en Aldenhovener Platte cBC* 5325 5000 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.13
LBK Ia 5325-5230 Bandkeramiek, Zuid-Limburgse löss en Aldenhovener Platte cBC* 5325 5230 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.45
LBK Ib-d 5230-5110 Bandkeramiek, Zuid-Limburgse löss en Aldenhovener Platte cBC* 5230 5110 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.45
LBK IIa-d 5110-5010 Bandkeramiek, Zuid-Limburgse löss en Aldenhovener Platte cBC* 5110 5010 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.45
Limburg 5230-5010 Rijn-Maas-groep en Seine-Schelde-groep, Context LBK Ib-IId rBC 5230 5010 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.15
LN-A 2800-2400 Laat Neolithicum A, EGK, AOO, VL vanaf 1c cBC* 2800 2400 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.35
LN-B 2400-1875 Laat Neolithicum B, KB, Begleitkeramik cBC* --- 1875 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.41
Lubon 3350-2750 Kujawy (Polen), TRB BC* 2650 2200 Niesiolowska 1994, p.334
Lubon + Wiórek 3750-3000 Kujawy (Polen), TRB cBC* 3750 3000 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Merzbach-dal M I-XV=LBK IId, Aldenhovener Platte Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.44
Merzbach XI-XIII 5300-5150 LBK IIb/c, Aldenhovener Platte cBP* 6170 6290 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.44
Michelbergcultuur MK-I t/m MK-V, Noord-Frankrijk tot Noord-Duitsland BP* 5350 4700 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.8
MK-I 4200-4075 Michelberg-cultuur, Noord-Frankrijk tot Noord-Duitsland BP* 5350 5250 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.8
MK-II 4075-3950 Michelberg-cultuur,Noord-Frankrijk tot Noord-Duitsland BP* 5300 5150 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.8
MK-III 3950-3870 Michelberg-cultuur,Noord-Frankrijk tot Noord-Duitsland BP* 5150 5000 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.8
MK-IV 3870-3700 Michelberg-cultuur,Noord-Frankrijk tot Noord-Duitsland BP* 5100 4950 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.8
MK-V 3700-3600 Michelberg-cultuur,Noord-Frankrijk tot Noord-Duitsland BP* 4950 4700 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.8
MN-I 3250-3000 Zd-Scandinavië, Ia: Troldebjerg-groep (kort), Ib: Klintebakke-groep BC 2600 2450 Bakker 1992, p.90
MN-Ib 3220-3095 TRB Noordgroep cBC* 3220 3095 Bakker 1994a, p.55
MN-II 3110-3010 TRB Noordgroep cBC* 3110 3350 Bakker 1994a, p.55
MN-II/IV 3000-2900 Zd-Scandinavië, diversiteit in aardewerk-stijlen BC 2450 2350 Bakker 1992, p.90
MN-IV/V 2900-2600 TRB Noordgroep, Mecklenburg, Kugelamphoren-Kultur BC* 2300 2130 Nagel 1985, p.35
MN-V 2950-2800 TRB Noordgroep cBC* 2950 2800 Bakker 1994a, p.55
MN-V 2900-2750 Zd-Scandinavië, Store Valby-groep BC 2350 2200 Bakker 1992, p.90
MN-A 4200-3400 Midden Neolithicum A (Zuid-Limburg), MK cBC* 4200 3400 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.12,62
MN-A 4000-3350 Midden Neolithicum A (Swifterbant), MK cBC* 4000 3400 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.12,62
MN-B 3350-2800 Midden Neolithicum B, TRB cBC* 3350 2800 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.32,68
MN-B 3400-2850 Drouwen t/m Havelte, TRB, Nachricht: volgens Brindley 1986 cBC* 3400 2850 Bakker 1994a, p.55
Néol. Ancien 6900-4500 Frankrijk, zie: La Hoguette, Cardial Atlantique, Roucadourien
Néol. Moyen 5100-3000 Frankrijk (naar: L’Helgouac’h, 1990) cBC* 5100 3000 Boujot & Cassen 1992, p.196
Néol. Moyen I 4800-4200 Frankrijk, zie: Pinacle/Fouillages, Cerny
Néol. Moyen II 4200-3700 Frankrijk cBC* 4200 3700 Letterle 1992, p.183
Néol. Final 3000-2100 Frankrijk (naar: L’Helgouac’h, 1990) cBC* 3000 2100 Boujot & Cassen 1992, p.196
Oxie/Svenstorf 3800-3200 Schonen A, TRB cBC* 3800 3200 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Pikutkowo 4000-3800 Kujawy (Polen), TRB BC* 3300 3100 Niesiolowska 1994, p.334
Pinacle/Fouillages 4800-4500 Néol. Moyen I, Iles Anglo-Normandes cBC* 4800 4500 Patton 1992, p.147
Planig-Friedberg 4700-4600 Aldenhovener Platte, vóór Bischheim cBC* 4700 4600 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.19
Pre-Drouwen tot 3600 laat-Swifterbant (vlg. Lanting) of niet-megalitisch TRB (vlg. Hogestijn) cBC* tot 3600 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.22
Rijn-Maas 5230-5010 Limburg-groep, Context LBK Ib-IId rBC 5230 5010 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.15
Rosenhof/Dummer 4550-3900 Noordduits binnenland, FN-Ia, TRB cBC* 4550 3900 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Rosenhof 4250-4050 Noordduits binnenland, FN-Ia, TRB BC* 3420 3390 Hoika 1994, p.99
Rössen 4600-4300 Aldenhovener Platte, vóór Bischheim cBC* 4600 4300 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.19
Roucadourien 6900-4800 Westflank Centraal Massief cBC* 6900 4800 Roussot-Larroque & Burnez 1992, p.134
Sarnowo 4500-4000 Kujawy (Polen), TRB BC* 3700 3300 Niesiolowska 1994, p.334
Sarnowo 4550-4300 Kujawy (Polen), TRB cBC* 4550 4300 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Satrup 3800-3550 Noordduits binnenland, FN-Ic, TRB, Nachricht: volgens Brindley 1986 cBC* 3800 3550 Bakker 1994a, p.55
Satrup 3700-3300 Noordduits binnenland, FN-Ic, TRB cBC* 3700 3300 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Satrup 3780-3380 Noordduits binnenland, FN-Ic, TRB BC* 3000 2750 Hoika 1994, p.99
Schonen A 3800-3200 Schonen (Oxie/Svenstorf-groep), TRB cBC* 3800 3200 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Seeland A/B 4000-3300 Seeland, TRB cBC* 4000 3300 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Seeland C 3750-3200 Seeland, TRB cBC* 3750 3200 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Seine-Schelde 5230-5010 Limburg-groep, Context LBK Ib-IId rBC 5230 5010 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.15
Siggeneben 4000-3600 Noordduits binnenland, FN-Ib, TRB cBC* 4000 3600 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Siggeneben 4050-3730 Noordduits binnenland, FN-Ib, TRB BC* 3300 2960 Hoika 1994, p.99
Stein-groep 3450-2550 België, Cultuur tussen TRB en SOM, megalitisch (± 2800 v.C.) BP* 4700 4000 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.73
Svenstorf/Oxie 3800-3200 Schonen A, TRB cBC* 3800 3200 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
Swifterbant-vroeg 5200-4350 Swifterbant-cultuur, Flevopolder, Bronneger BP* 6130 5530 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.54
Swifterbant-midden 4200-4000 Swifterbant-cultuur, Flevopolder, Hazendonk cBC* 4200 4000 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.20
Swifterbant-laat 3900-3800 Swifterbant-cultuur, Flevopolder cBC* 3900 3800 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.20
VL-1a 3200-3100 Vlaardingen-cultuur, SOM, Hazendonk cBC* 3200 3100 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.34
VL-1b 3050-2850 Vlaardingen-cultuur, SOM, Hazendonk cBC* 3050 2850 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.33
VL-1c ± 2800-2700 Vlaardingen-cultuur, SOM, Voorschoten, Zandwerven, Hekelingen BP* 4190 4110 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.69,70
VL-2a ± 2700-2600 Vlaardingen-cultuur, SOM, Voorschoten, Hekelingen, Haamstede BP* --- 4080 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.70
VL-2b ± 2600-2500 Vlaardingen-cultuur met EGK en AOO, Hazendonk, Voorschoten cBC* --- 2500 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.71
VN-A 5325-4700 TRB Westgroep, Vroeg Neolithicum A, LBK cBC* 5325 4700 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.12,13
VN-B 4700-4200 TRB Westgroep, Vroeg Neolithicum B (Zuid-Limburg) cBC* 4700 4200 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.12,19
VN-B 4700-4000 TRB Westgroep, Vroeg Neolithicum B (Swifterbant) cBC* 4700 4000 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.12,19
Volling 3950-3300 Jutland/Funen, TRB cBC* 3950 3300 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283
VSG 5050-5000 Groupe de Villeneuve/Saint-Germain, verwant aan Blicquy BP* 6150 6010 Lanting & vd. Plicht 1999/2000, p.46-47
Wikkelsnoer 2050-1850 Bronstijd, Barbed Wire culture cBC 2050 1850 Bakker 1992, p.xiii
Wiórek 3800-3350 Kujawy (Polen), TRB BC* 3100 2650 Niesiolowska 1994, p.334
Wiórek + Lubon 3750-3000 Kujawy (Polen), TRB cBC* 3750 3000 Meurers-Balke & Weniger 1994, p.283

Afkortingen van aardewerkculturen

De culturen hieronder zijn min of meer in chronologische volgorde geplaatst. Meestal overlappen ze elkaar in tijd. Een indeling in vroeg-, midden- en laat-Neolithicum is daarom niet strikt te hanteren. De cesuren gelden alleen voor Nederland en worden elders anders gedefinieerd.

Vroeg Neolithicum (VN-A)

  • LBK of BK = Liniaire bandkeramiek ( (Linear) Bandkeramik, Linear (Band) pottery/ceramics/ware culture, Incised ware culture)
  • BQY = Blicquy-groep
  • SBK = (Stichbandkeramik)
  • Midden Neolithicum (MN-A)

  • MK = Michelsberg-cultuur (Michelsberg Kultur)
  • Midden Neolithicum (MN-B)

  • STK = Diepsteek-keramiek (Tiefstichkeramik, Stroked pottery culture, Stroke ornamented culture)
  • TRB = Trechterbeker-cultuur (TBK = Trichterbecherkultur, Funnel beaker culture)
  • KAK = Kogelamphoren-cultuur (Kugelamphoren Kultur, Globular ampora culture)
  • VL = Vlaardingen-cultuur
  • SOM = Seine-Oise-Marne-cultuur
  • Laat Neolithicum (LN-A)

  • EGK = Enkelgraf-cultuur (Einzelgrab Kultur, Single Grave culture)
  • SVB = Standvoetbeker-cultuur (Protruding Foot Beaker culture)
  • CW = Snoerbeker-cultuur (Schnurbecher Kultur, Schnurkeramik, Corded ware culture)
  • AOO = All-over-ornamented culture
  • Laat Neolithicum (LN-B)

  • KB = Klokbeker-cultuur (Glockenbecher Kultur, Bell beaker culture)
  • Vroege Bronstijd

  • WKD = Wikkeldraad-cultuur (Wickelschnur Kultur, Barbed wire culture)