Hunebedden in verhouding

Over oriëntatiepatronen bij hunebedden (in Europese contekst)

Ellipsvormige heuvels

De plattegronden op deze pagina komen van:
- Bronneger D30 - opgravingsplattegrond, van Giffen [9.1]
- Bronneger D40 - opgravingsplattegrond, van Giffen [9.2]
- Voorbeelden heuvels - veldplattegronden, Sprockhoff [9.3]

Hoewel de Nederlandse hunebedden ooit door een dekheuvel waren omgeven, bestaan er nu over het algemeen nog maar restanten van. Eind 19eeeuw was men in Nederland helaas van mening, dat de heuvel niet tot het oorspronkelijke monument behoorde. Ook van Giffen, die de heuvel toch op juiste waarde schatte, heeft in zijn atlas geen heuvels ingetekend (behalve bij zijn opgravingsplattegronden). In Duitsland ligt de situatie heel anders. Bijna vijftig jaar later heeft Sprockhoff in zijn atlas wel de heuvelcontouren weergegeven. Op deze pagina wordt een vergelijking van heuvelvormen bij de dolmens en ’Ganggräber’ in de atlas van Sprockhoff deel 1 -Schleswig-Holstein- [9.3] en deel 2 -Mecklenburg, Vorpommern en Brandenburg- gepresenteerd [9.4]. Hoe nauwkeurig de heuvels zijn weergegeven is onduidelijk. Bij veel plattegronden heeft Sprockhoff zowel de aangetroffen als zijn visie op de oorspronkelijke situatie ingetekend. De afbeelding hiernaast toont de plattegrond van Spr. 422. De aangetroffen en de geïdealiseerde heuvel zijn met grijs en zwart over elkaar geprojecteerd. Naar de werkelijkheid gerekend, wijken ze her en der enkele decimeters van elkaar af. Dat is vrij veel, maar het beeld van een langgerekte ei-vormige ellips komt in beide contouren goed naar voren.

Ook al mag de nauwkeuringheid van de plattegronden voldoende zijn voor een typering van de heuvelvormen, de gebruikte vormen zelf leveren meer problemen. Veel heuvels zijn opgebouwd uit segmenten van ellipsen en voor de verschillende types kunnen die vrijwel identiek zijn (zie de figuur hiernaast). Alleen wanneer de heuvel uit een enkelvoudige ellips of cirkel bestaat, is een typering puur op grond van de vorm mogelijk. Bij samengestelde vormen zijn er aanwijzingen vanuit de ligging en de oriëntatie van het dolmen nodig. Wanneer bijvoorbeeld een oriëntatielijn van een dolmen min of meer overeenkomt met de lengte- of breedte-as van een heuvel-ellips, mag daarin een aanwijzing worden gezien. Echter kan er van een daadwerkelijk vaststellen van de oriëntatie geen sprake zijn. Sprockhoff’s plattegronden zijn daarvoor te onnauwkeurig in vergelijking tot de rotatie van een ellips over enkele graden.

Alle heuvelvormen kunnen worden beschreven met behulp van een cirkel, een ellips of een combinatie ervan. Er worden drie typen ellipsen gebruikt, die zich onderscheiden door de verhouding van de afstand tussen de centrumpunten (A in de figuur hiernaast) ten opzichte van de breedte-as (B). Deze verhouding kan zijn: A:B = 1:2, A:B = 2:1 en A:B = 3:4. In vrijwel alle groepen hieronder komen zowel ellipsen met een 1:2- als met een 3:4-verhouding voor. Opvallenderwijs komen in Schleswig-Holstein (vrijwel) alleen ellipsen met een verhouding 1:2 voor (eventueel aangevuld met 2:1 voor de ei-vormen). Bij Spr. 140 en 168 moet de mogelijkheid van een 1:3-verhouding worden betwijfeld, omdat deze niet kan worden onderscheiden van respectievelijk een 1:2-verhouding en een cirkel. Bij Spr. 200 kan niet worden gekozen tussen een 1:2- dan wel een 3:4-verhouding.

In totaal zijn er 85 heuvels uit de atlas vergeleken. Alleen de verstoorde heuvels en de ’langbetten’ zijn buiten beschouwing gelaten. De volgende types kunnen worden onderscheiden. Tussen haakjes staan de aantallen bij het betreffende type vermeld.

Enkelvoudige vormen Samengestelde vormen

Hieronder staat uit iedere groep een voorbeeld weergegeven:

Cirkels

Bij de cirkelvormige heuvels valt een merkwaardigheid te bespeuren: Geen van de hunebedden/dolmens werd centraal in de heuvel geplaatst. Er zijn te weinig cirkelvormige heuvels in de atlas opgenomen om naar systematiek in de wijze van plaatsen te zoeken.

Tot de cirkels behoren:

  • Spr. 59, 79, 177, 208, 266, 305, 494, 497, 498, 501, 505, 507, 520 en 564.

    Dubbele cirkels

    Spr. 116 bestaat uit twee cirkelvormige heuvels die elkaar raken. De andere heuvels zijn met elkaar verweven. Eventueel zouden nog de heuvels van Spr. 177 en 178 als rakende cirkels kunnen worden opgevat, maar de heuvel van Spr. 178 kan niet worden onderscheiden van een ellips met de verhouding 1:3 (zie verder onder Diverse heuvelvormen).

    Tot de dubbele cirkels behoren:

  • Spr. 116, 211, 234, 267.

    Ellipsen

    Enkelvoudige ellipsen komen niet voor in de verhouding 2:1. Bij de heuvels met een 1:2-verhouding, ligt de lengte-as van de ellips steeds in dezelfde richting als de lengte-oriëntatie van het dolmen. Het enige niet verstoorde dolmen met een 3:4-heuvel staat dwars op de lengte-as van de ellips.

    Tot de ellipsen behoren:

  • Met een 1:2-verhouding: Spr. 28, 43, 83, 91, 140, 165, 168, 169, 173, 193, 210, 230, 428, 340 {Revisie}, 349, 375 en 471.

  • Met een 3:4-verhouding: Spr. 316, 352, 401 en 599.
  • Van Giffen heeft van twee Nederlandse heuvels een gedetailleerde plattegrond met hoogtelijnen vervaardigd: van D30 en D40. Toevalligerwijs behoort de heuvel van D30 tot de ellipsen met een 3:4-verhouding en de heuvel van D40 tot die met een 1:2 - verhouding. De ellipsas ligt bij D30 noord-zuid en bij D40 over een oriëntatielijn op 117° richting sateliet-hunebed D39 (zie de pagina Hunebedden met satelieten). Hieronder is op beide plattegronden één hoogtelijn met een blauwe stippellijn gevolgd. Daarover is met rood de betreffende ellips geprojecteerd. De zwarte stippen zijn de centrumpunten en de zwarte stippellijn verbeeldt een koord, waarmee de ellips kan worden omgetrokken.

    Rechthoeken

    Uitgezonderd de ’Langbetten’, komt er in de atlas maar één rechthoekige heuvel voor. Ook deze heuvel kan met een ellips in verband worden gebracht. De rechthoekzijden hebben zelf geen integrale verhouding, maar de ingeschreven ellips wel (de 2:1-verhouding).

    Tot de rechthoeken behoort:

  • Spr. 424.
  • Ei-vormen

    De geometrie van de heuvels blijkt met behulp van een rooster construeerbaar. De smalle kant van ieder ei wordt gevormd door twee kleine 2:1-ellipsen, die één centrumpunt gemeenschappelijk hebben. Beide centra vallen op een roosterpunt en liggen gespiegeld om één van beide assen van de grote ellips, welke de brede kant vormt. Spr. 134 en 135 zijn identiek en hun roosters liggen op resp. 133° en 143° (zie de pagina’s Oriëntatierooster en Uitlijning op hemellichamen). Beide dolmens liggen maar 2 km van elkaar verwijderd en kunnen het werk van dezelfde bouwmeester zijn geweest. (Helaas is Spr. 135 onherkenbaar verstoord, zodat de dolmens zelf niet vergeleken kunnen worden.) In Mecklenburg is de lengteas van één van de ellipsen steeds op 90° geplaatst. Bij Spr. 164, 535 en 538 ligt het dolmen met een zijwand tussen de uit elkaar liggende centra van de 2:1-ellipsen.

    Tot de ei-vorm behoren:

  • Op basis van een 1:2 verhouding: Spr. 134, 135, 164, 535 en 538.
  • Op basis van een 3:4 verhouding: Spr. 200 en 422.
  • Klok-vormen

    Klokvormige heuvels lijken enigszins op heuvels in aanbouw. Te meer, omdat de kelder zeer dicht op de afgeplatte rand staat. In beide heuvels vindt de afplatting plaats op één van de centra van de ellips. In Spr. 327 heeft de ellips een 3:4-verhouding en in Spr. 519 een 1:2-verhouding.

    Tot de klok-vorm behoren:

  • Spr. 327 en 519.
  • Rakende ellipsen

    In twee van de drie heuvels met rakende ellipsen liggen deze met hun lengte-as haaks ten opzicht van elkaar. Bij de andere liggen hun lengte-assen evenwijdig aan elkaar.

    Tot de rakende ellipsen behoren:

  • Spr. 350, 378 en 496.
  • Ellipsen in elkaars verlengde

    Deze ellipsen liggen over hun lengte-as verschoven ten opzichte van elkaar. Sommige ellipsen hebben één centrumpunt gemeenschappelijk, maar vaker wordt een centrumpunt van de ene ellips op de rand van de ander gekozen.

    Tot de ellipsen in elkaars velengde behoren:

  • Spr. 85, 109, 110, 265, 314, 353, 417, 420, 423, 521 en 598.
  • Ellipsen in een T-vorm

    Bij twee van de drie heuvels (Spr. 328 en 418) ligt de lengte-as van de ene ellips dwars over een centrumpunt van de andere. Bij de andere heuvel ligt de as ongeveer een meter verschoven.

    Tot de ellipsen in een T-vorm behoren:

  • Spr. 88, 113, 328, 341 en 418.
  • Ellipsen in een V-vorm

    Deze groep bestaat in zijn geheel uit 1:2-ellipsen. Meerdere heuvels zijn moeilijk te duiden, vanwege de eerder geplaatste opmerking over ellips-segmenten.

    Van het vergrote dolmen Spr. 384 is de constructie in een rooster bekend (zie de pagina Oriëntatierooster, Schuldt 540). Hier blijken de lengte-assen van de heuvel-ellipsen in de richting van het rooster en de oriëntatierichting van het dolmen te liggen. Met deze bevinding als leidraad, werden bij nog vier heuvels één van de ellipsen met de lengte-as in de oriëntatierichting van het dolmen of juist haaks daarop gevonden. Vervolgens blijkt bij Spr. 477 de andere ellips met zijn lengte-as gelijk aan de diagonaal van het dolmen te liggen, waarbij het bekende oriëntatie-paar 117° en 140° naar voren komt (zie de pagina Hunebedden met satelieten). Meerdere ellipsen lijken in de lengte dan wel de breedte op 117°, 167° of 193° (zie de pagina Oriëntatierooster) te liggen, maar de bijbehorende dolmens zijn te vervallen om dit te bevestigen.

    Tot de ellipsen in een V-vorm behoren:

  • Spr. 124, 176, 194, 312, 323, 384, 393, 458, 477 en 502.
  • Diverse heuvelvormen.

    In deze groep vallen alle heuvels, waarvan de vorm zich niet op één van de genoemde manieren laat typeren. Spr. 178 lijkt een ellips met de verhouding 1:3 te zijn, maar kan niet worden onderscheiden van een misvormde cirkel. Daarom is de vorm ongedefinieerd gelaten. In Spr. 196 komt één kant van de heuvel overeen met een 1:2 ellips, maar kan de andere kant niet worden ingedeeld. Spr. 444 en 474 ogen langgerekt ei-vormig, zonder dat de ’clou’ van de constructie is gevonden. De andere drie horen in ieder geval bij de dubbel-ellipsen en lijken variaties op de genoemde thema’s te zijn.

    Tot de diverse heuvelvormen behoren:

  • Spr. 196, 178, 438, 444, 473, 474 en 517.