Hunebedden in verhouding

Over oriëntatiepatronen bij hunebedden (in Europese contekst)

Literatuur


  • Bakker 1973, De westgroep van de trechterbekercultuur
  • Bakker 1992, The Dutch Hunebedden (AS 2)
  • Bakker 1994a, Bemerkungen zu Datierungsmethoden (UMSSH 1994 - ITS 1)
  • Bakker 1994b, Eine Dolmenflasche und ein Dolmen aus Groningen (UMSSH 1994 - ITS 1)
  • Bakker & Waterbolk 1980, De Nederlandse hunebedden
  • Behrens & Schröter 1980, Siedlungen und Graäber der Trichterbecherkultur und Schnurkeramik bei Halle (Saale)
  • Beier 1988, Die Kugelamphorenkultur im Mittelelbe-Saale-Gebiet und in der Altmark
  • Borlase 1887, The dolmens of Ireland
  • Boujot & Cassen 1992, Le developpement des premières architectures funeraires monumentales en France Occidentale (RAO5 - CIN 17)
  • Briard 1989, Mégalithes de haute Bretagne (DAF 23)
  • Brindley & Lanting 1991/1992, A re-assessment of the hunebedden O1, D30 and D40 (PH 33/34)
  • Burl 2005 (1983), Prehistoric astronomy and ritual
  • Chancerel ea. 1992, Le debut du Neolithique en Basse-Normandië (RAO 5 - CIN 17)
  • Chevalier 1999, Orientations of 935 dolmens of southern France (AA nr 24 / JHA xxx, 1999)
  • Cullen 1996, Astronomy and mathematics in ancient China: the Zhou bi suan jing
  • van Giffen 1929, Hunebedden van Nederland
  • van Giffen 1960, Jaarverslag aan de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap (archief RCE)
  • Gimbutas 1956, The prehistory of Eastern Europe, Part 1 (ASPR 20)
  • van Ginkel 1999 (e.a.), Hunebedden - Monumenten van een steentijdcultuur
  • González-García & Costa-Ferrer 2003, Possible astronomical orientation of the Dutch hunebedden (UAO 59)
  • González-García & Costa-Ferrer 2006, Orientation of TRB-west meglithic monuments (JHA xxxvii, 2006)
  • González-García 2008, The orientation of dolmens in Bulgaria (GAAM 2008)
  • Heggie 1982, Megalithic Science
  • Hoika 1987, Das Mittelneolithikum zur Zeit der Trichterbecherkultur in Nordostholstein
  • Hoika 1994, Zur Gliederung der früneolithischen Trichterbecherkultur in Holstein (UMSSH 1994 - ITS 1)
  • Hoskin 2001, Tombs, temples and their orientation
  • Hoyrup 2002, Lengths, widths and surfaces - A portrait of Old Babylonian algebra and its kin
  • Kangshen 1999 (e.a.), The nine chapters on the mathematical art
  • Katz 2007 (e.a.), The mathematics of Egypt, Mesopotamia, China, India and Islam - A sourcebook
  • Klein 1973, Ice age hunters of the Ukraine
  • Langbroek 2004, Huilen naar de maan (PIT 2)
  • Lanting & v.d. Plicht 2002, De 14C-chronologie van de Nederlandse pre- en protohistorie, III: Neolithicum (PH 41/42)
  • Letterle 1992, Quelques reflexions a propos de la chronologie du Neolithique moyen d’Armorique (RAO 5 - CIN 17)
  • Müller 1997, Zur absolutchronologischen Datierung der europäischen Megalithik (TUI - Festschrift Strahm)
  • Nagel 1985, Die Erscheinungen der Kugelamphorenkultur im Norden der DDR
  • Nowell & Errico 2007, Layer IV Molodova I Ukraine
  • Patton 1992, Entre Cerny et Castellic: Le groupe Pinacle/Fouaillages (RAO 5 - CIN 17)
  • Ridderstad 2009, Orientation of the nothern gate of the Goseck Neolithic rondel
  • Robson 2002, Words and pictures: New light on Plimpton 322 (MAA 109)
  • Roussot-Larroque & Burnez 1992, Aux sources du Néolithique Atlantique, le Cardial, le ’Danubien’ et les autres (RAO 5 - CIN 17)
  • le Roux (ed.) 1992, Paysans et batisseurs (RAO 5 - CIN 17)
  • Ruggles 1984, Megalithic Astronomy
  • Ruggles 1999, Astronomy in Prehistoric Britain and Ireland
  • Ruggles & Whittle (red.), Astronomy and Society in Britain during the period 4000-1500 BC
  • Schuldt 1972, Die mecklenburgischen Megalithgräber
  • Sprockhoff 1938, Handbuch der Urgeschichte Deutschlands, Band 3, die Nordische Megalithkultur
  • Sprockhoff 1967, Atlas der Megalithgräber, Teil 1, Schleswig-Holstein
  • Sprockhoff 1967, Atlas der Megalithgräber, Teil 2, Mecklenburg, Vorpommern und Brandenburg
  • Sprockhoff 1967, Atlas der Megalithgräber, Teil 3, Niedersachsen
  • v.d. Waerden 1954 (3de ed.), Science awakening I
  • v.d. Waerden 1983, Geometry and algebra in ancient civilizations
  • LASA 2003, Presseinformation 07.08.2003
  • Afkortingen:
    AA = Archeoastronomy
    AS = Archaelogical Series (International Monographs in Prehistory)
    ASPR = American School of Prehistoric Research
    CIN = Colloque interrégional sur le Néolithique
    DAF = Documents d’Archéologie Francaise
    GAAM = Geoarchaeology and Archaeomineralogy
    ITS = Internationale Trichterbechersymposium in Schleswig
    JHA = Journal for the History of Astronomy
    LASA = Landesamt für Archäologie Sachsen-Anhalt
    MAA = The Mathematical Association of America
    PH = Palaeohistoria
    RAO = Revue Archéologique de l’Ouest
    RCE = Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
    SEAC = European Society for Astronomy in Cultures
    TUI = Tradition und Innovation
    UAO = Uppsala Astronomical Observatory
    UMSSH = Untersuchungen und Materialien zur Steinzeit in Schleswig-Holstein



    Noten

    Chronologie Neolithicum
    [1.1] Boujot & Cassen 1992, pg. 197
    [1.2] Schuldt 1972, pg. 92 vv.
    [1.3] Bakker 1992, pg. 155
    [1.4] Brindley & Lanting 1991/1992, pg. 138 - Lanting 2002, pg. 68
    [1.5] Bakker 1992, pg. 89 en 90 - Madsen’s chronologie
    [1.6] Hoika 1994, pg. 85
    [1.7] Schuldt 1972, pg. 92, 106
    [1.8] Niesiolowska 1994, pg. 332
    [1.9] Boujot & Cassen 1992, pg. 197
    [1.10] Lanting & v.d. Plicht 2002, pg. 5
    [1.11] Bakker 1994a, pg. 56 en 57

    Eerder Nederlands onderzoek
    [2.1] van Ginkel, pg. 142-143
    [2.2] van Giffen 1929, Deel I, pg. 151-159
    [2.3] van Giffen 1929, Deel I, pg. 153
    [2.4] van Giffen 1929, Deel I, pg. 154
    [2.5] van Giffen 1929, Deel II, pg. 83
    [2.6] declination 11°, Bronneger 1918, www.ngdc.noaa.gov/geomagmodels/Declination.jsp

    Staat van de hunebedden
    [3.1] van Giffen 1929, van Giffen 1960, Bakker en Waterbolk 1980, van Ginkel 1999

    Verantwoording
    [4.1] Heggie 1989, pg. 82
    [4.2] Hoskin 2001, pg. 11
    [4.3] Heggie 1989, pg. 67
    [4.4] Heggie 1989, pg. 82
    [4.5] Heggie 1989, pg. 68
    [4.6] v.d. Waerden 1983, pg. 33
    [4.7] Schuldt 1972, pg. 106

    Oriëntatierooster
    [6.1] van Giffen 1929, Atlas Plaat 145
    [6.2] van Giffen 1929, Atlas Plaat 129
    [6.3] Bakker 1994b, pg. 74
    [6.4] Schuldt 1972, pg. 76
    [6.5] Schuldt 1972, pg. 165
    [6.6] Chevalier 1999, pg. 57
    [6.7] Chevalier 1999, pg. 70
    [6.8] Chevalier 1999, pg. 50
    [6.9] Chevalier 1999, pg. 59
    [6.10] Chevalier 1999, pg. 55
    [6.11] Chevalier 1999, pg. 47
    [6.12] Katz 2007, pg. 388-389
    [6.13] Vgl: van der Waerden 1954 (3de ed.), pg. 6. Het schijnt Cantor's uitvinding te zijn geweest, dat Egyptische koordspanners hun koorden gebruikten om rechte hoeken uit te zetten. Hiervoor bestaat echter geen bewijs.
    [6.14] Chevalier 1999, pg. 50
    [6.15] González-García & Costa-Ferrer 2003, diagram pg. 116

    Hunebedden met satelieten
    [7.1] van Giffen 1929, Atlas
    [7.2] van Giffen 1929, Atlas
    [7.3] Geïdealiseerde versie, zie de pagina Meetgegevens plattegronden
    [7.4] van Giffen 1929, Atlas Plaat 129
    [7.5] Sprockhoff 1967, Atlas Deel 3
    [7.6] Sprockhoff 1967, Atlas Deel 3
    [7.7] Sprockhoff 1967, Atlas Deel 3
    [7.8] Op de pagina Verantwoording blijkt, dat toeval uitgesloten is bij een patroon van drie lijnen met een vaste oriëntatie. Dit geldt al wanneer het patroon tweemaal voorkomt. Bij twee lijnen met een vaste oriëntatie zijn drie situaties nodig.
    [7.9] van Giffen 1929, Atlas Plaat 126
    [7.10] Archief RCE
    [7.11] Eigen interpretatie
    [7.12] van Giffen 1929, Atlas Plaat 130
    [7.13] Brindley & Lanting 1991/1992, pg. 111 en 116

    Parallelle oriëntatielijnen
    [8.1] van Giffen 1929, Atlas Plaat 144
    [8.2] van Giffen 1929, Atlas Plaat 145
    [8.3] van Ginkel 1999, Deel II, pg. 174 / Brindley & Lanting 1991/1992, pg. 138
    [8.4] van Ginkel 1999, Deel II, pg. 176 / Brindley & Lanting 1991/1992, pg. 138
    [8.5] Eigen metingen (zie de pagina Meetgegevens plattegronden) laten zien, dat de plattegrond zoals hier enige graden moet worden gedraaid.

    Ellipsvormige heuvels
    [9.1] van Giffen 1929, Plaat 134
    [9.2] van Giffen 1929, Plaat 127
    [9.3] Sprockhoff 1967, Atlas deel 1
    [9.4] Sprockhoff 1967, Atlas deel 2
    [9.5] Eigen meting van de dekstenen van D40 laten bij vergelijking met de opnames in Google Maps zien, dat de betreffende plattegrond enkele graden moet worden gedraaid. Omdat dit ook al het geval was bij D22 (zie noot 8.5), is de rotatie tevens bij D30 doorgevoerd.

    Meetkunde in de oudheid
    [10.1] Deze stap werd ingegeven door het ’breken’ van de blokhaak in de Zhou Bi (zie de pagina Zhou Bi kosmologie).
    [10.2] v.d. Waerden 1983, pg. 8
    [10.3] Kangshen 1999, pg. 487-488
    [10.4] v.d. Waerden 1983, pg. 6
    [10.5] v.d. Waerden 1983, pg. 8
    [10.6] Robson 2002, pg. 108, 116
    [10.7] Robson plaatst Plimpton 322 in de traditie van de geometrische algabra. Als argument gebruikt zij de bewoording van de kopjes boven de kolommen. Toch wijst zij op een functionele afwijking van de takiilti (vierkant maker), die normaliter het verschil uitmaakt tussen lengte en breedte. In het tablet staat het woord daarentegen in verband met het verschil tussen diagonaal en breedte. Op deze website wordt Plimption 322 in een ontwikkeling richting geometrische algabra geplaatst, maar nog niet vast in de traditie.
    [10.8] Katz 2007, pg. 140
    [10.9] Katz 2007, pg. 389
    [10.10] Katz 2007, pg. 100
    [10.11] Hoyrup 2002, pg. 159-160
    [10.12] Katz 2007, pg. 102
    [10.13] In wezen is er sprake van het vinden van en vierkantzijde. Echter wordt het vierkant samengevoegd met een ’projectie’ (Hoyrup 2002, pg. 50-53), zodat de opgave van de bijbehorende oppervlakte voor een rechthoek geldt.

    ’Zhou bi’ kosmologie
    [11.1] Cullen 1996, pg. 83-91
    [11.2] v.d. Waerden 1983, pg. 27
    [11.3] Cullen, Persoonlijk commentaar
    [11.4] Chinese Text Project: www.chinese.dsturgeon.net

    Uitlijning op hemellichamen
    [12.1] Astronomische data werd gegenereerd met CyberSky 4.0.6 (Schimpf 2009)
    [12.2] Bakker 1994b, pg. 74
    [12.3] Bakker 1994a, pg. 58
    [12.4] earth.usc.edu/classes/geol150/stott/variability/orbitalchanges.html
    [12.5] González-García & Costa-Ferrer 2003, pg. 117
    [12.6] González-García & Costa-Ferrer 2003, pg. 117
    [12.7] van Ginkel 1999, pg. 176 / Brindley & Lanting 1991/1992, pg. 138
    [12.8] van Ginkel 1999, pg. 174 / Brindley & Lanting 1991/1992, pg. 138
    [12.9] van Giffen 1929, Atlas Plaat 141
    [12.10] van Giffen 1929, Deel II, pg. 243
    [12.11] van Giffen 1929, Deel II, pg. 244
    [12.12] Schuldt 1972, pg. 156
    [12.13] van Ginkel 1999, pg. 183 / Brindley & Lanting 1991/1992, pg. 138
    [12.14] van Ginkel 1999, pg. 178 / Brindley & Lanting 1991/1992, pg. 138
    [12.15] Bakker 1994b, pg. 75
    [12.16] van Ginkel 1999, pg. 194 / Brindley & Lanting 1991/1992, pg. 138
    [12.17] Schuldt 1972, pg. 163
    [12.18] González-García 2008, pg. 171 - fig. 2. Oriëntaties verkregen door hoekmeting van de vectoren.
    [12.19] Een gemiddelde waarde in bergachtig gebied, Chevalier 1999, pg. 51
    [12.20] Müller 1997, pg. 86
    [12.21] González-García 2008, pg. 169

    Meetgegevens plattegronden
    [14.1] www.ngdc.noaa.gov/geomagmodels/Declination.jsp
    [14.2] van Giffen 1929, Atlas Plaat 145
    [14.3] van Giffen 1929, Atlas

    Meting door de uitsparingen
    [15.1] van Giffen 1929, Atlas